Strafrecht overig
Strafmotivering. De vaststelling dat verdachte blijkens “een hem betreffend uittreksel Justitiële…
ECLI:NL:HR:2014:481 · Hoge Raad · 4 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2014-481
Zaakgegevens
Op 4 maart 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 maart 2014
- Datum publicatie
- 5 maart 2014
- Zaaknummer
- 12/02775
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:481
Samenvatting
Strafmotivering. De vaststelling dat verdachte blijkens “een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 april 2012 (...) eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit en andersoortige feiten” is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 januari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:97Hoge Raad · 4 maart 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:481
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
4 maart 2014
Strafkamer
nr. 12/02775
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 mei 2012, nummer 22/004902-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
Het middel klaagt over de strafmotivering.
De verdachte is ter zake van "diefstal door twee of meer verenigde personen" en "diefstal", begaan op 13 juli 2010 en 1 juli 2011, veroordeeld tot een werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De strafoplegging is als volgt gemotiveerd:
"Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan twee diefstallen, waarvan één diefstal in vereniging is gepleegd. De verdachte heeft zich daarbij kennelijk uitsluitend laten leiden door zijn eigen financieel gewin en aldus handelende blijk gegeven van een miskenning van het eigendomsrecht van anderen. Dergelijke feiten zijn niet alleen ergerlijk, maar veroorzaken doorgaans ook financiële schade en overlast bij de benadeelden.
Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 april 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit en andersoortige feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen."
De vaststelling dat de verdachte blijkens "een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 april 2012 (...) eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit en andersoortige feiten" is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.
Het middel is terecht voorgesteld.
3 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 maart 2014.
Mr. Groos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.