Strafrecht overig

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG onder 4 t/m…

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2015
Datum publicatie
6 oktober 2015
Zaaknummer
14/01403
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:2919
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG onder 4 t/m 7 kan verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep. Appel is ingesteld door de gemachtigde van verdachte en aan deze is o.g.v. art. 408a jo. 450.2 Sv aanstonds de appeldagvaarding uitgereikt. Nu die uitreiking ex art. 450.4 Sv geldt als betekening in persoon, had verdachte ingevolge art. 432.1.a. Sv uiterlijk binnen 14 dagen na ’s Hofs einduitspraak cassatie moeten instellen. Cassatie is na het verstrijken van deze termijn ingesteld. Hetgeen in de cassatieschriftuur is aangevoerd, kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maakt.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 september 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:1898
  2. Hoge Raad · 6 oktober 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:2919

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

6 oktober 2015

Strafkamer

nr. S 14/01403

NA/IC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 mei 2013, nummer 21/002854-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 7 kan de verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2015.