Strafrecht overig

Poging tot doodslag in de P.I. te Lelystad. Voorwaardelijk opzet i.g.v. steekwonden in bovenlichaam. HR: 80a…

Zaakgegevens

Op 28 juni 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 juni 2016
Datum publicatie
28 juni 2016
Zaaknummer
15/04658
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:1338
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging tot doodslag in de P.I. te Lelystad. Voorwaardelijk opzet i.g.v. steekwonden in bovenlichaam. HR: 80a zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 juni 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:4467
  2. Hoge Raad · 28 juni 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:1338

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

28 juni 2016

Strafkamer

nr. S 15/04658

CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 25 juni 2015, nummer 21/005773-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.C. Swier, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2016.