Strafrecht overig

Art. 33a Sr. Slagende klacht over ontoereikende motivering van de verbeurdverklaring van voorwerpen…

Zaakgegevens

Op 6 december 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 december 2016
Datum publicatie
6 december 2016
Zaaknummer
15/02716
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2764
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 33a Sr. Slagende klacht over ontoereikende motivering van de verbeurdverklaring van voorwerpen (telefoons, Simkaarten, PC, iPod en DS doos). Het hof heeft niet vastgesteld dat is voldaan aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring. Samenhang met 15/02719 P.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 6 juni 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:2189
  2. Conclusie A-G · 27 september 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1200
  3. Hoge Raad · 6 december 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2764

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen

Uitspraak

Inhoudsopgave

6 december 2016

Strafkamer

nr. S 15/02716

IF/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 juni 2015, nummer 23/002198-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.P. Wesselink-van Dijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde, het vierde, het vijfde, het zesde, het zevende en het achtste middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het negende middel

3.1.

Het middel klaagt dat de verbeurdverklaring van de in het bestreden arrest genoemde voorwerpen ontoereikend is gemotiveerd.

3.2.

Het bestreden arrest houdt ten aanzien van de verbeurdverklaring het volgende in:

"Het Hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

(...)

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1,00 STK SIM-kaart kl:rood Vodafone A.3.2.80.4

1,00 STK computer kl:grijs Siemens KNB602018070 B.2.8.24.1

1.00

STK iPod kl:zwart Apple B.2.8.24.1

2.00

STK SIM-kaart Telfort en Lyca A.35.5.80.12

2.00

STK SIM-kaart Telfort en Lebr A.35.5.80.13

1.00

STK Telefoontoestel kl:zwart Nokia A.35.5.25.16

1,00 STK Telefoontoestel kl:onbekend Nokia A.35.80.17

1,00 STK Telefoontoestel kl:zwart Nokia A.35.25.18

1,00 STK Telefoontoestel kl:zwart Nokia A.35.5.25.19

1,00 DS Doos kl:rood A.35.5.80.6

1,00 STK Computer HP CNF7210PI A.35.5.25.3."

3.3.

Het Hof heeft in de bestreden uitspraak niet vastgesteld dat aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring is voldaan. De verbeurdverklaring is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.4.

Het middel slaagt.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de in het bestreden arrest genoemde voorwerpen;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2016.