Strafrecht overig
Betekeningsperikelen. Gelet op hetgeen is overwogen en in aanmerking genomen dat de stukken van het geding…
ECLI:NL:HR:2016:525 · Hoge Raad · 29 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-525
Zaakgegevens
Op 29 maart 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 maart 2016
- Datum publicatie
- 29 maart 2016
- Zaaknummer
- 15/01580
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:525
Samenvatting
Betekeningsperikelen. Gelet op hetgeen is overwogen en in aanmerking genomen dat de stukken van het geding niets behelzen waaruit kan volgen dat het in de appelakte opgenomen adres t.t.v. de betekening van de appeldagvaarding als achterhaald zou moeten worden beschouwd, is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de verdachte behoorlijk is gedagvaard niet zonder meer begrijpelijk. Het middel is terecht voorgesteld en de HR verklaart de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen zelf nietig.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 december 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2731Hoge Raad · 29 maart 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:525
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
29 maart 2016
Strafkamer
nr. S 15/01580
SLU/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 24 februari 2015, nummer 21/008070-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V. Wolting, advocaat te Zwolle, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend. Het voert daartoe aan dat getracht had moeten worden de appeldagvaarding uit te reiken op het adres dat de verdachte in de appelakte heeft doen opnemen.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. De voor de beoordeling van het middel van belang zijnde stukken zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4. Deze stukken houden - kort samengevat - het volgende in:
- ten tijde van de berechting in eerste aanleg en het instellen van het hoger beroep was de verdachte ingeschreven in de BRP op het adres [a-straat 1] te Lexmond ;
- het vonnis in eerste aanleg en de appelakte houden in als adres van de verdachte: [b-straat 1] te Nijmegen ;
- de verdachte stond ten tijde van de betekening van de appeldagvaarding niet ingeschreven in de BRP;
- de appeldagvaarding is tevergeefs aangeboden op het adres [a-straat 1] te Lexmond ;
- de appeldagvaarding is uitgereikt aan de Griffier van de Rechtbank op zowel de voet van art. 588, derde lid aanhef en onder c, Sv als art. 588, eerste lid aanhef en onder b onder 3°, Sv en in afschrift verzonden naar het adres [a-straat 1] te Lexmond .
Uit de stukken van het geding blijkt niet dat is getracht de appeldagvaarding uit te reiken op het adres [b-straat 1] te Nijmegen zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied.
De bestreden uitspraak houdt in dat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats hier te lande bekend is.
Ingevolge art. 588, eerste lid aanhef en onder b sub 3°, Sv wordt een dagvaarding uitgereikt aan de griffier indien de geadresseerde niet als ingezetene is ingeschreven in de BRP noch een feitelijke woon- of verblijfplaats van hem bekend is. Onbekendheid van een feitelijke woon- of verblijfplaats kan evenwel niet worden aangenomen, indien niet is getracht de uitreiking van de dagvaarding te doen plaatsvinden op het uit de stukken blijkend - voor de hand liggend en niet door een latere opgave achterhaald - adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte zou kunnen gelden, zoals het adres dat de verdachte in de appelakte heeft doen opnemen (vgl. HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317, rov. 3.24 sub b).
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en in aanmerking genomen dat de stukken van het geding niets behelzen waaruit kan volgen dat het in de appelakte opgenomen adres [b-straat 1] te Nijmegen ten tijde van de betekening van de appeldagvaarding als achterhaald zou moeten worden beschouwd, is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de verdachte behoorlijk is gedagvaard niet zonder meer begrijpelijk.
Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen nietig verklaren.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verklaart de appeldagvaarding nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2016.