Strafrecht overig
Profijtontneming. Toerekening w.v.v. geheel aan betrokkene? HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is…
ECLI:NL:HR:2016:568 · Hoge Raad · 5 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-568
Zaakgegevens
Op 5 april 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 april 2016
- Datum publicatie
- 5 april 2016
- Zaaknummer
- 15/02866
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:568
Samenvatting
Profijtontneming. Toerekening w.v.v. geheel aan betrokkene? HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Raadsman heeft betoogd dat de helft van het w.v.v. moet worden toegerekend aan de inmiddels overleden A. ‘s Hofs oordeel dat dit standpunt feitelijke grondslag mist, is ontoereikend gemotiveerd. Uit de bewezenverklaring en de kwalificatie in de hoofdzaak volgt dat betrokkene het bewezenverklaarde niet alleen heeft gepleegd, terwijl uit in de strafzaak en in de ontnemingszaak gebezigde b.m. volgt dat er sprake was van samenwerking met A. Gelet hierop is ’s Hofs kennelijke oordeel dat het gehele w.v.v. aan betrokkene moet worden toegerekend, niet begrijpelijk.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 februari 2016
ECLI:NL:PHR:2016:184Hoge Raad · 5 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:568
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
5 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/02866 P
EC/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 25 juni 2014, nummer 21/000266-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.L.J. Leijendekker, advocaat te Wijk bij Duurstede, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het derde middel
Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel geheel aan de betrokkene moet worden toegerekend.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 18 en 19 is het middel terecht voorgesteld.
Het middel slaagt.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 april 2016.