Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a Sv. Civiel- en strafrechtelijk derdenbeslag op banktegoed. Vernietiging door HR…
Hoge Raad, 12 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:628 · Hoge Raad · 12 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-628
Zaakgegevens
Op 12 april 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 april 2016
- Datum publicatie
- 12 april 2016
- Zaaknummer
- 15/01316
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:628
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a Sv. Civiel- en strafrechtelijk derdenbeslag op banktegoed. Vernietiging door HR met verwijzing naar de CAG: de Rb heeft vastgesteld dat op het banktegoed beslag ex art. 94a Sv rust en had daarom a.d.h.v. de toetsingsmaatstaven dienen te beoordelen of dit beslag gehandhaafd moet blijven. Met haar oordeel dat klagers, gelet op het civielrechtelijk beslag op het banktegoed, geen materieel belang hebben bij een opheffing van het strafrechtelijk beslag op dit banktegoed, heeft de Rb hetzij miskend dat art. 552a.7 Sv bepaalt dat als de Rb het beklag gegrond acht, zij de daarmee overeenkomende last moet geven en niet mag volstaan met enkel opheffing van het beslag, hetzij eraan voorbij gezien dat aan het geven van een last tot teruggave niet in de weg staat dat aan die last niet kan worden voldaan. Overig: CAG over teruggave en de tot de bewaarder gerichte last a.b.i. art. 119 Sv.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 februari 2016
ECLI:NL:PHR:2016:218Hoge Raad · 12 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:628
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
12 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/01316 B
AJ/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 19 februari 2015, nummer
RK 14/53, op de klaagschriften als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966 en [klaagster 2], gevestigd te [plaats] .
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen keren zich tegen de ongegrondverklaring van de klaagschriften.
Op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.4 tot en met 3.7 zijn de middelen terecht voorgesteld.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, opdat de zaak op de bestaande klaagschriften opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2016.