Strafrecht overig
Profijtontneming en witwassen. W.v.v. vastgesteld o.b.v. geldbedragen die in bewezenverklaarde periode zijn…
ECLI:NL:HR:2017:2502 · Hoge Raad · 26 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-2502
Zaakgegevens
Op 26 september 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 september 2017
- Datum publicatie
- 27 september 2017
- Zaaknummer
- 16/05547
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2502
Samenvatting
Profijtontneming en witwassen. W.v.v. vastgesteld o.b.v. geldbedragen die in bewezenverklaarde periode zijn overgeboekt na veroordeling t.z.v. medeplegen van gewoontewitwassen. Toereikend gemotiveerd vastgesteld dat betrokkene daadwerkelijk voordeel heeft verkregen uit de door hem en zijn broers verrichte “money-transfers”? Hof heeft geoordeeld dat dit witwassen tot het door betrokkene wederrechtelijk verkrijgen van vermogen heeft geleid. ’s Hofs oordeel berust kennelijk op de opvatting dat de in de bewezenverklaring genoemde geldbedragen nu zij voorwerp van het bewezenverklaarde medeplegen van gewoontewitwassen waren, reeds daardoor w.v.v. vormen. Die opvatting is niet juist (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BY5217). Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is niet begrijpelijk dat betrokkene daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit het bewezenverklaarde medeplegen van gewoontewitwassen.
Samenhang met 16/05545 P en 16/05546 P.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 juni 2017
ECLI:NL:PHR:2017:975Hoge Raad · 26 september 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2502
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
26 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/05547 P
AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 14 september 2016, nummer 22/003065-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen "uit" het in de strafzaak bewezenverklaarde 'medeplegen van gewoontewitwassen' ontoereikend is gemotiveerd.
De bestreden uitspraak houdt met betrekking tot de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel in:
"Het eerder genoemde door de rechtbank Rotterdam (...)
gewezen vonnis is inmiddels onherroepelijk. Ook in hoger beroep wordt er derhalve van uitgegaan dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoonte-witwassen zoals door de rechtbank bewezenverklaard.
Uit het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep komt naar voren dat de veroordeelde uit het onder 1 bewezen verklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten.
Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gaat het hof - evenals de advocaat-generaal - uit van de onder feit 1, onderdeel A en B, bewezenverklaarde transacties. De transacties die door de veroordeelde zelf zijn verzonden en ontvangen (genoemd onder A in de bewezenverklaring) rekent het hof geheel aan de veroordeelde toe.
Ter zake van de transacties waarbij de veroordeelde anderen geldbedragen heeft laten verzenden en ontvangen (genoemd onder B in de bewezenverklaring) overweegt het hof, dat nu op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de veroordeelde daadwerkelijk zelf heeft beschikt over bedoelde geldbedragen, het hof het naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk acht dat de veroordeelde per transactie een bedrag van € 75,- heeft ontvangen.
In de met deze ontnemingsprocedure verband houdende strafzaak is onder 1 bewezenverklaard dat de betrokkene zich tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan (A) het voorhanden hebben van geld door dit geld via money-transfers te verzenden of te ontvangen en (B) van geld de herkomst heeft verborgen en verhuld wie de rechthebbende op dat geld was door dat geld via money-transfers te laten verzenden en/of te laten ontvangen, van welk geld de
betrokkene en zijn medeveroordeelden wisten dat dit afkomstig was uit enig misdrijf. Dat feit is gekwalificeerd als 'medeplegen van gewoontewitwassen'.
In de hiervoor weergegeven overwegingen heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat dit witwassen tot het door de betrokkene wederrechtelijk verkrijgen van vermogen heeft geleid en dat voordeel geschat op € 62.064,50 en vervolgens afgerond op € 60.000,-. Het oordeel van het Hof berust kennelijk op de opvatting dat de in de bewezenverklaring onder (A) genoemde geldbedragen tot een bedrag van € 61.464,50, nu zij voorwerp van het bewezenverklaarde feit 'medeplegen van gewoontewitwassen' waren, reeds daardoor wederrechtelijk verkregen voordeel vormen. Die opvatting is niet juist (vgl. HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5217, NJ 2013/293). Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is niet begrijpelijk dat de betrokkene daadwerkelijk tot het bedrag van € 61.464,50 wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit het bewezenverklaarde medeplegen van gewoontewitwassen.
Het middel is terecht voorgesteld.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.