Strafrecht overig
Vordering b.p. Kosten vervanging cilinderslot aan te merken als rechtstreekse schade geleden door diefstal…
ECLI:NL:HR:2017:2576 · Hoge Raad · 10 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-2576
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2017
- Datum publicatie
- 10 oktober 2017
- Zaaknummer
- 15/00111
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2576
Samenvatting
Vordering b.p. Kosten vervanging cilinderslot aan te merken als rechtstreekse schade geleden door diefstal met braak? Voldoende verband a.b.i. art. 51f en 361.2 Sv. De concrete omstandigheden van het geval zijn bepalend voor de beantwoording van de vraag of voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen en de door de b.p. geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden (vgl. ECLI:NL:HR:2014:959). Het oordeel van het Hof dat de door de b.p. m.b.t het cilinderslot geleden schade in zodanig nauw verband staat met de bewezenverklaarde diefstal met braak, dat die schade redelijkerwijs moet worden aangemerkt als rechtstreeks aan de b.p. toegebracht, geeft, in het licht van de bewezenverklaring en hetgeen de b.p. aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd (o.a. “Al mijn sleutels bleken weg te zijn. Daarom heb ik ook nieuwe sloten laten zetten.”) niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel is ook niet onbegrijpelijk.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 augustus 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1026Hoge Raad · 10 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2576
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 15/00111
IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 december 2014, nummer 20/003228-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.W. Noorduyn, advocaat te Den Haag, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de duur van de strafoplegging, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beoordeling van het tweede middel
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de kosten van de vervanging van een cilinderslot zijn aan te merken als schade die de benadeelde partij rechtstreeks door het onder 1 tenlastegelegde feit heeft geleden.
Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte onder meer bewezenverklaard dat:
"1. hij op 5 juli 2012 te Sprundel, gemeente Rucphen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [a-straat 1]) heeft weggenomen
twee laptops en een hoeveelheid geld en
twee afstandsbedieningen en twee 3D brillen en
twee hoesjes (horende bij die 3D brillen) en een doosje van een I-Phone (met als inhoud oortelefoontjes) en
twee gespen en een televisie, toebehorende aan [betrokkene 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak."
Het bestreden arrest houdt met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] het volgende in:
"Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [betrokkene 1] als gevolg van verdachtes onder 1 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden voor wat betreft de volgende posten:
a. gestolen geldbedrag ad € 85,00;
b. herstel computer, waarbij het hof het gevorderde bedrag zal matigen tot € 500,--;
c. vervangen cilinderslot ad € 114,95.
Het totaal toe te wijzen bedrag komt derhalve vast te staan op een bedrag ter hoogte van € 699,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.
Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld."
Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg houdt met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij onder meer het volgende in:
"De benadeelde partij voert aan: (...) Ik heb gekeken wat er uit mijn woning weg was. Dat heb ik toen aan de politie doorgegeven. Ik kwam er pas op een later moment achter dat ik meer goederen miste. Al mijn sleutels bleken weg te zijn. Daarom heb ik ook nieuwe sloten laten zetten. Het cilinderslot was het slot van de voordeur."
Een benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden indien voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreekse schade heeft geleden. Voor de beantwoording van de vraag of daarvan sprake is, zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend. (Vgl. HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:959, NJ 2014/256.)
Bezien in het licht van de bewezenverklaring en hetgeen de benadeelde partij blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, geeft het oordeel van het Hof dat de door de benadeelde partij met betrekking tot het cilinderslot geleden schade in zodanig nauw verband staat met de bewezenverklaarde diefstal met braak door de verdachte, dat die schade redelijkerwijs moet worden aangemerkt als rechtstreeks aan de benadeelde partij toegebracht, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel is ook niet onbegrijpelijk.
Het middel faalt.
4 Beoordeling van het derde middel
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vijf maanden.
5 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze vier maanden en twee weken beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2017.