Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op onroerende zaken van BV i.h.k.v. ontnemingszaak tegen (indirect)…
ECLI:NL:HR:2017:337 · Hoge Raad · 14 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-337
Zaakgegevens
Op 14 februari 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 februari 2017
- Datum publicatie
- 1 maart 2017
- Zaaknummer
- 15/02808
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:337
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op onroerende zaken van BV i.h.k.v. ontnemingszaak tegen (indirect) bestuurder/enig aandeelhouder. B.V. n-o verklaard in klaagschrift, nu dit niet is ingediend binnen 3 maanden na onherroepelijk geworden uitspraak in ontnemingszaak tegen bestuurder/enig aandeelhouder. Art. 552a.3 Sv. Geen verontschuldigbare termijnoverschrijding. Casus: Op 3-4-2008 is beslag gelegd op registergoederen, waarna op 27-5-2011 onherroepelijk uitspraak is gedaan in ontnemingszaak. Op 20-1-2015 is namens klaagster een klaagschrift ingediend. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG kan het middel niet tot cassatie leiden. CAG: ’s Hofs oordeel dat klaagster reeds op 3-4-2008 op de hoogte was van beslagleggingen, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Beslissing tot strafrechtelijke inbeslagname van registergoederen is immers op die datum overeenkomstig toepasselijke bepalingen uit Rv rechtsgeldig betekend aan bestuurder/enig aandeelhouder. P-v van inbeslagneming is ingeschreven in openbare registers. Uitspraken Hof in strafzaak en ontnemingszaak tegen bestuurder/enig aandeelhouder zijn op tegenspraak gewezen.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 januari 2017
ECLI:NL:PHR:2017:107Hoge Raad · 14 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:337
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
14 februari 2017
Strafkamer
nr. S 15/02808 B
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2015, nummer R000200-15, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster] , gevestigd te [vestigingsplaats].
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat het Hof de klaagster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.9 kan het middel niet tot cassatie leiden.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2017.