Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv bij verstek na veroordeling t.z.v. art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Schriftelijke bijzondere…
ECLI:NL:HR:2018:2154 · Hoge Raad · 20 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-2154
Zaakgegevens
Op 20 november 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 november 2018
- Datum publicatie
- 20 november 2018
- Zaaknummer
- 17/00898
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2154
Samenvatting
Art. 416.2 Sv bij verstek na veroordeling t.z.v. art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen cassatieberoep van advocaat aan griffiemedewerker per e-mailbericht. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 450 Sv. HR: Op gronden vermeld in CAG kan verdachte niet worden ontvangen in beroep. CAG: Een enkel e-mailbericht kan niet worden aangemerkt als schriftelijke volmacht, nu voor het instellen van cassatieberoep is vereist een als bijlage bij deze e-mail gevoegde brief, inhoudende een schriftelijke volmacht waarmee advocaat griffiemedewerker machtigt om namens verdachte rechtsmiddel aan te wenden. Cassatieberoep is niet op voorgeschreven wijze ingesteld, nu volmacht is neergelegd in enkel e-mailbericht zonder dat schriftelijke volmacht als bijlage is gevoegd. Er bestond geen verplichting voor medewerker Hof, met wie raadsman contact heeft gehad over te gebruiken e-mailadres om cassatie in te stellen, om mededelingen te doen t.a.v. wijze van instellen beroep in cassatie, nu volmacht afkomstig is van advocaat van wie mag worden verwacht dat hij ervan op de hoogte is op welke wijze rechtsmiddel kan worden aangewend.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1078Hoge Raad · 20 november 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2154
Uitspraak
Inhoudsopgave
20 november 2018
Strafkamer
nr. S 17/00898
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 februari 2015, nummer 22/002223-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.O. Zandt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal kan de verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2018.