Strafrecht overig
Art. 14c.2 sub 4 Sr. Kennelijk bij vergissing heeft het Hof verzuimd aan de in de bijzondere voorwaarde…
ECLI:NL:HR:2018:250 · Hoge Raad · 20 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-250
Zaakgegevens
Op 20 februari 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 februari 2018
- Datum publicatie
- 20 februari 2018
- Zaaknummer
- 16/02702
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:250
Samenvatting
Art. 14c.2 sub 4 Sr. Kennelijk bij vergissing heeft het Hof verzuimd aan de in de bijzondere voorwaarde omschreven verplichting tot storting van een geldbedrag op de rekening van het Schadefonds geweldsmisdrijven de voorwaarde te verbinden dat dit geschiedt "binnen veertien dagen nadat de uitspraak vatbaar is voor tenuitvoerlegging". HR verbetert bijzondere voorwaarde.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 januari 2018
ECLI:NL:PHR:2018:136Hoge Raad · 20 februari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:250
Uitspraak
Inhoudsopgave
20 februari 2018
Strafkamer
nr. S 16/02702
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 mei 2016, nummer 20/002479-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel komt op tegen de door het Hof bij bijzondere voorwaarde gestelde termijn om uiterlijk op 24 mei 2016 een geldbedrag van € 500,- te storten op de rekening van het Schadefonds geweldsmisdrijven. Daartoe wordt aangevoerd dat de verdachte beroep in cassatie heeft ingesteld, zodat de verdachte op het moment van het verstrijken van die termijn niet kon worden aangemerkt als veroordeelde.
Kennelijk bij vergissing heeft het Hof verzuimd aan de in de bijzondere voorwaarde omschreven verplichting tot storting van een geldbedrag de voorwaarde te verbinden dat dit geschiedt "binnen veertien dagen nadat de uitspraak vatbaar is voor tenuitvoerlegging". De Hoge Raad zal de bijzondere voorwaarde in die zin verbeteren. Daardoor vervalt de grondslag voor het middel.
3 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verstaat de door het Hof opgelegde bijzondere voorwaarde in die zin dat deze luidt dat de veroordeelde binnen veertien dagen nadat de bestreden uitspraak vatbaar is voor tenuitvoerlegging een bedrag van € 500,- zal storten op het door de verdachte op te vragen rekeningnummer ten name van het Schadefonds geweldsmisdrijven;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2018.