Strafrecht overig
Aanwezigheidsrecht, dubbel verstek. Vermelding kantooradres raadsvrouwe, zoals opgenomen in aan schriftuur…
ECLI:NL:HR:2018:38 · Hoge Raad · 16 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-38
Zaakgegevens
Op 16 januari 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 januari 2018
- Datum publicatie
- 16 januari 2018
- Zaaknummer
- 16/01129
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:38
Samenvatting
Aanwezigheidsrecht, dubbel verstek. Vermelding kantooradres raadsvrouwe, zoals opgenomen in aan schriftuur gehechte brief aan Hof met verzoek om toezending dossier, aan te merken als adresopgave a.b.i. art. 588a.1.c Sv? Falende klacht dat Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen niet-verschenen verdachte, aangezien i.s.m. art. 588a.1.c. Sv geen afschrift van appeldagvaarding is verzonden naar kantooradres. Opvatting waarop klacht berust, nl. dat indien een raadsman van een verdachte aan de griffie van het gerecht schriftelijk heeft verzocht om toezending van een afschrift van het procesdossier en aldus zijn kantooradres heeft opgegeven, dat adres heeft te gelden als adres waaraan o.g.v. art. 588a.1.c Sv een afschrift van de appeldagvaarding dient te worden gezonden, vindt geen steun in het recht (vgl. ECLI:NL:HR:2017:3190). CAG (anders): Leest in middel een slagende klacht over art. 51 (oud) Sv.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 november 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1445Hoge Raad · 16 januari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:38
Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
16 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01129
AGE/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 september 2015, nummer 20/003606-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L. van Poucke, advocaat te Best, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt over schending van het aanwezigheidsrecht van de verdachte en bevat onder meer de klacht dat het Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte, aangezien in strijd met art. 588a, eerste lid aanhef en onder c, Sv geen afschrift van de appeldagvaarding is verzonden naar het kantooradres van de raadsvrouwe. Het middel klaagt niet over niet-naleving van art. 51 (oud) Sv.
De klacht berust op de opvatting dat indien een raadsman van een verdachte aan de griffie van het gerecht schriftelijk heeft verzocht om toezending van een afschrift van het procesdossier en aldus zijn kantooradres heeft opgegeven, dat adres heeft gelden als adres waaraan op grond van art. 588a, eerste lid aanhef en onder c, Sv een afschrift van de appeldagvaarding dient te worden gezonden.
De opvatting waarop de klacht berust, vindt geen steun in het recht (vgl. HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3190).
De klacht faalt.
3 Beoordeling van de middelen voor het overige
De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018.