Strafrecht overig
Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde. Hof heeft verstek verleend tegen niet verschenen verdachte…
ECLI:NL:HR:2018:560 · Hoge Raad · 10 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-560
Zaakgegevens
Op 10 april 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 april 2018
- Datum publicatie
- 10 april 2018
- Zaaknummer
- 16/06312
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:560
Samenvatting
Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde. Hof heeft verstek verleend tegen niet verschenen verdachte. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Uit de aan de cassatieschriftuur gehechte stukken, te weten een “meldingsformulier inverzekeringstelling” in een andere zaak, een "vordering tot inbewaringstelling tevens een verzoek als bedoeld in art. 59a, lid 2, Sv", een p-v van "verhoor van verdachte" door RC en een "bevel tot bewaring", moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. behandeling van zijn zaak in h.b. i.v.m. een andere strafzaak was gedetineerd. ’s Hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ttz. voort te zetten, was achteraf bezien onjuist. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 16/06308.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 februari 2018
ECLI:NL:PHR:2018:330Hoge Raad · 10 april 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:560
Uitspraak
Inhoudsopgave
10 april 2018
Strafkamer
nr. S 16/06312
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 oktober 2016, nummer 20/000372-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
Het middel strekt ten betoge dat het Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal is het middel terecht voorgesteld.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 april 2018.