Strafrecht overig

Jeugdzaak. Gekwalificeerde diefstal, openlijk geweld en mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende…

Zaakgegevens

Op 17 april 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 april 2018
Datum publicatie
17 april 2018
Zaaknummer
17/01364
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:620
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Jeugdzaak. Gekwalificeerde diefstal, openlijk geweld en mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende en t.z.v. de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Middelen over 1. de vraag of een medewerker van een Justitiële Jeugdinrichting bij het toepassen van een houdgreep in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening is a.b.i. art. 304.ahf.2 Sr en 2. strafmotivering, i.h.b. de beslissing van het Hof de opgelegde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren o.g.v. art. 77za.1 Sr. HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 8 december 2016

    ECLI:NL:GHAMS:2016:5793
  2. Conclusie A-G · 6 maart 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:173
  3. Hoge Raad · 17 april 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:620

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

Inhoudsopgave

17 april 2018

Strafkamer

nr. S 17/01364 J

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 december 2016, nummer 23/002100-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde jeugddetentie, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het derde middel

3.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2.

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde jeugddetentie van 200 dagen, waarvan 128 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde jeugddetentie;

vermindert deze in die zin dat deze 196 dagen, waarvan 128 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2018.