Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a Sv. Behoorlijke oproeping raadsman voor raadkamerbehandeling van klaagschrift ex…
ECLI:NL:HR:2018:948 · Hoge Raad · 19 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-948
Zaakgegevens
Op 19 juni 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 juni 2018
- Datum publicatie
- 19 juni 2018
- Zaaknummer
- 18/00525
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:948
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a Sv. Behoorlijke oproeping raadsman voor raadkamerbehandeling van klaagschrift ex art. 552a Sv? Art. art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. Op de in de CAG vermelde gronden slaagt het middel. CAG: Uit de stukken blijkt dat aan raadsman van klager een afschrift van de oproeping voor de behandeling van het klaagschrift is verzonden naar het adres A, i.p.v. het adres B, welk laatste het juiste postadres van de raadsman is. Dit betekent dat het voorschrift van art. 51 (oud) Sv niet is nageleefd, hetgeen - al wordt zulks niet uitdrukkelijk in de wet bepaald - geacht wordt aan een geldige behandeling van het klaagschrift in raadkamer buiten tegenwoordigheid van de klager en diens advocaat in de weg te staan. Samenhang met 16/00602 B. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:2881.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:388Hoge Raad · 19 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:948
Uitspraak
Inhoudsopgave
19 juni 2018
Strafkamer
nr. S 18/00525 B
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 22 december 2015, nummer RK 13/141, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terugwijzing of verwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het middel
Het middel klaagt onder meer dat de raadsman van de klager niet behoorlijk is opgeroepen voor de behandeling van het door de klager ingediende klaagschrift in raadkamer van 22 december 2015.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.13 is het middel in zoverre terecht voorgesteld.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2018.