Strafrecht overig
N-o verklaring in h.b. ex art. 416.2 Sv. H.b. ingetrokken? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht…
ECLI:NL:HR:2019:167 · Hoge Raad · 5 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-167
Zaakgegevens
Op 5 februari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 februari 2019
- Datum publicatie
- 1 februari 2019
- Zaaknummer
- 18/00626
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:167
Samenvatting
N-o verklaring in h.b. ex art. 416.2 Sv. H.b. ingetrokken? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft aan zijn oordeel ten grondslag gelegd dat "het hof van de zijde van de verdachte (is) bericht dat h.b. is ingetrokken", maar heeft geen duidelijkheid verschaft over wie Hof heeft bericht dat h.b. is ingetrokken. Het arrest houdt niet meer in dan dat Hof het bericht "van de zijde van de verdachte" heeft ontvangen. Het ligt voor de hand dat het bericht waaraan Hof refereert op de tz. aan de orde is gekomen, maar een p-v van de tz. ontbreekt. Bij de stukken bevindt zich geen stuk dat een verklaring "van de zijde van de verdachte" behelst dat h.b. is ingetrokken en ook geen akte intrekking van h.b. Als h.b. daadwerkelijk voor aanvang van de behandeling van h.b. zou zijn ingetrokken, dan zou het vonnis in e.a. in kracht van gewijsde zijn gegaan en had Hof niet tot n-o verklaring van h.b. kunnen komen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 december 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1366Hoge Raad · 5 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:167
Uitspraak
Inhoudsopgave
5 februari 2019
Strafkamer
nr. S 18/00626
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 augustus 2016, nummer 20/000678-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1984.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.T. de Vaal, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
Het middel bevat de klacht dat het Hof de verdachte ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, niet-ontvankelijk heeft verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8 is het middel terecht voorgesteld.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier
H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019.