Strafrecht overig
Opzettelijk uit opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken (meermalen gepleegd) door…
ECLI:NL:HR:2019:1748 · Hoge Raad · 12 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-1748
Zaakgegevens
Op 12 november 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 november 2019
- Datum publicatie
- 8 november 2019
- Zaaknummer
- 18/02504
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1748
Samenvatting
Opzettelijk uit opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken (meermalen gepleegd) door samen te wonen met vriendin en gebruik te maken van voorzieningen in woning, die worden betaald uit haar bijstandsuitkering, terwijl zij samenwonen niet meldt aan sociale dienst, art. 416.2 Sr. Kan bewezenverklaring uit gebezigde b.m. worden afgeleid? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: B.m. houden niets in waaruit kan worden afgeleid dat in bewezenverklaring genoemde voorzieningen (gas, water en licht) en eet- en drinkwaren geheel of gedeeltelijk werden betaald van uitkering van vriendin. Evenmin volgt uit b.m. dat verdachte wist dat zijn vriendin niet had voldaan aan haar inlichtingenverplichtingen uit hoofde van Wet werk en bijstand. B.m. houden niets in waaruit kan volgen dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hetgeen werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 september 2019
ECLI:NL:PHR:2019:924Hoge Raad · 12 november 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1748
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/02504
Datum 12 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 23 mei 2018, nummer 21/005147-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 9 is het middel terecht voorgesteld.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.