Strafrecht overig
Voortgezette handeling van medeplegen mensenhandel m.b.t. persoon onder 16 jaren, medeplegen mensenhandel…
ECLI:NL:HR:2019:40 · Hoge Raad · 15 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-40
Zaakgegevens
Op 15 januari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 januari 2019
- Datum publicatie
- 11 januari 2019
- Zaaknummer
- 17/02699
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:40
Samenvatting
Voortgezette handeling van medeplegen mensenhandel m.b.t. persoon onder 16 jaren, medeplegen mensenhandel m.b.t. persoon onder 18 jaren en medeplegen mensenhandel door samen met haar man minderjarig nichtje uit Turkije illegaal in huis te nemen en haar jarenlang buitensporig en excessief te belasten met huishoudelijke taken en verzorging van hun kinderen, art. 273f.1. en 273f.3 Sr. Oogmerk van uitbuiting? Op gronden vermeld in ECLI:NL:HR:2019:39 kan middel niet tot cassatie leiden. Volgt verwerping.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 24 mei 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:1524Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 november 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1449Hoge Raad · 15 januari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:40
Meerdere afhandelingswijzen
Uitspraak
Inhoudsopgave
15 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02699
DAZ/AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 mei 2017, nummer 22/000425-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1972.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt over de bewezenverklaring van - kort gezegd - het medeplegen van mensenhandel, in het bijzonder voor zover het Hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte heeft gehandeld met het "oogmerk van uitbuiting".
Op de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 17/02697 (ECLI:NL:HR:2019:39) kan het middel niet tot cassatie leiden.
3 Beoordeling van het tweede middel
Het middel klaagt onder meer dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
Het middel is in zoverre gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 22 maanden.
Het middel kan voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 21 maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 januari 2019.