Strafrecht overig

Medeplegen oplichting, art. 326 Sr. Dag vóór tz. per fax gedaan aanhoudingsverzoek van raadsman op de grond…

Zaakgegevens

Op 2 april 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 april 2019
Datum publicatie
3 april 2019
Zaaknummer
17/03502
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:491
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen oplichting, art. 326 Sr. Dag vóór tz. per fax gedaan aanhoudingsverzoek van raadsman op de grond dat hij geen contact meer heeft kunnen krijgen met verdachte, door Hof zonder enige motivering afgewezen. HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft afwijzing van aanhoudingsverzoek niet gemotiveerd. Daardoor kan niet blijken of Hof vereiste afweging van belangen heeft gemaakt. Evenmin is Hof ingegaan op hetgeen aan aanhoudingsverzoek ten grondslag is gelegd. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 februari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:100
  2. Hoge Raad · 2 april 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:491

Uitspraak

Inhoudsopgave

2 april 2019

Strafkamer

nr. S 17/03502

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 december 2007, nummer 23/002926-07, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.E. Wiersum, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft afgewezen.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 7 is het middel terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van het tweede middel

Het vorenstaande brengt mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019.