Strafrecht overig
Verlofverlening Rb aan de R-C a.b.i. art. 552p.2 Sv. Geen middelen ingediend, belanghebbenden n-o. Samenhang…
ECLI:NL:HR:2019:492 · Hoge Raad · 2 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-492
Zaakgegevens
Op 2 april 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 april 2019
- Datum publicatie
- 3 april 2019
- Zaaknummer
- 17/01679
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:492
Samenvatting
Verlofverlening Rb aan de R-C a.b.i. art. 552p.2 Sv. Geen middelen ingediend, belanghebbenden n-o. Samenhang tussen 17/01670 B, 17/01674 B, 17/01677 B, 17/01678 B, 17/01679 B, 17/01714 B en 17/01715 B.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 februari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:327Hoge Raad · 2 april 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:492
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
2 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/01679 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 27 januari 2017, nummer RK 16/865, betreffende het verlenen van verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, Sv, betreffende:
[klager 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985;
[klager 5] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986;
[klager 2] , geboren [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991;
[klager 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957;
[klager 5] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988 en
[klager 4] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.
1 Geding in cassatie
De beroepen zijn ingesteld door de belanghebbenden. Middelen van cassatie zijn namens dezen niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de belanghebbenden niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de belanghebbenden niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie hebben doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 447, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de belanghebbenden in het beroep niet kunnen worden ontvangen.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de belanghebbenden niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019.