Strafrecht overig
Beklag, beslag o.g.v. rechtshulpverzoek op administratieve bescheiden onder klaagster (in Luxemburg…
ECLI:NL:HR:2019:781 · Hoge Raad · 21 mei 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-781
Zaakgegevens
Op 21 mei 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 mei 2019
- Datum publicatie
- 20 mei 2019
- Zaaknummer
- 18/00779
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:781
Samenvatting
Beklag, beslag o.g.v. rechtshulpverzoek op administratieve bescheiden onder klaagster (in Luxemburg gevestigde rechtspersoon) i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen ander. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Belang van beroep na teruggave inbeslaggenomen voorwerp? Rb heeft klaagschrift n-o verklaard. Blijkens aan HR gezonden stukken zijn inbeslaggenomen administratieve bescheiden in september 2017 teruggeven aan klaagster. Gelet daarop is beslag inmiddels beëindigd zodat klaagster in cassatieberoep niet kan worden ontvangen. Omstandigheid dat klaagschrift, behalve verzoek tot teruggave van administratieve bescheiden, ook verzoek bevat om (i) te gelasten dat kopieën van (delen van) die administratie worden teruggegeven of vernietigd, (ii) in rechte vast te stellen dat kennisneming door Belastingdienst van d.m.v. deze administratie verkregen gegevens onrechtmatig was en (iii) te gelasten dat die gegevens niet door Belastingdienst worden gebruikt, leidt niet tot ander oordeel omdat art. 552a Sv niet in mogelijkheid voorziet om daarover beklag te doen (vgl. ECLI:NL:HR:2003:AF6594). Verklaart klaagster n-o in cassatieberoep. CAG: anders.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 maart 2019
ECLI:NL:PHR:2019:297Hoge Raad · 21 mei 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:781
Uitspraak
Inhoudsopgave
21 mei 2019
Strafkamer
nr. S 18/00779 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 26 januari 2018, nummer RK 17/2216, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster] , gevestigd te [plaats] .
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekt onder meer tot teruggave van inbeslaggenomen administratieve bescheiden aan de klaagster. De Rechtbank heeft bij de bestreden beschikking het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard. Blijkens de aan de Hoge Raad gezonden stukken zijn de inbeslaggenomen administratieve bescheiden in september 2017 teruggegeven aan de klaagster. Gelet daarop is het beslag inmiddels beëindigd zodat de klaagster in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen.
De omstandigheid dat het klaagschrift, behalve een verzoek tot teruggave van de administratieve bescheiden, ook een verzoek bevat om (i) te gelasten dat kopieën van (delen van) die administratie worden teruggegeven of vernietigd, (ii) in rechte vast te stellen dat de gestelde kennisneming door de Belastingdienst van door middel van deze administratie verkregen gegevens onrechtmatig was en (iii) te gelasten dat die gegevens niet door de Belastingdienst worden gebruikt, leidt niet tot een ander oordeel omdat art. 552a Sv niet in de mogelijkheid voorziet om daarover beklag te doen (vgl. HR 3 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6594).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2019.