Strafrecht overig

Als houder van runderen (eigenaar landbouwbedrijf) aan die dieren nodige verzorging onthouden (meermalen…

Zaakgegevens

Op 7 juli 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2020
Datum publicatie
26 juni 2020
Zaaknummer
18/03815
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1154
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Als houder van runderen (eigenaar landbouwbedrijf) aan die dieren nodige verzorging onthouden (meermalen gepleegd), art. 37 (oud) Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Bewijsklachten. Is vaststellen van welzijnsaantasting op één bepaald moment voldoende om te komen tot bewezenverklaring dat houder van dieren daaraan nodige verzorging heeft onthouden a.b.i. art. 37 (oud) GWWD? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 17 oktober 2016

    ECLI:NL:RBOBR:2016:5716
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 augustus 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:3493

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 26 mei 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:668
  4. Hoge Raad · 7 juli 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1154

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/03815

Datum 7 juli 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 augustus 2018, nummer 20-003231-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

3.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 110 uren, subsidiair 55 dagen hechtenis.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;

- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 104 uren, subsidiair 52 dagen hechtenis, belopen;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2020.