Strafrecht overig
Beklag op auto met spullen onder ander dan klager (passagier auto) t.z.v. verdenking van heling, waarna auto…
ECLI:NL:HR:2020:1512 · Hoge Raad · 29 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-1512
Zaakgegevens
Op 29 september 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 september 2020
- Datum publicatie
- 24 september 2020
- Zaaknummer
- 19/03452
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1512
Samenvatting
Beklag op auto met spullen onder ander dan klager (passagier auto) t.z.v. verdenking van heling, waarna auto en zich daarin bevindende spullen zijn teruggegeven aan Bulgaars autobedrijf en Rb klager n-o heeft verklaard in zijn beklag. Had Rb art. 116.3 Sv moeten toepassen? HR: Op redenen vermeld in CAG, leidt middel niet tot cassatie. CAG: Opvatting dat Rb, niettegenstaande teruggave van auto aan rechthebbende, klaagschrift ontvankelijk had moeten achten, omdat klaagschrift mede moet worden opgevat als beklag ex art. 116.3 Sv, is onjuist, nu die bepaling ziet op beklag van degene bij wie voorwerp in beslag is genomen (vgl. ECLI:NL:HR:2014:3106). Aangezien Rb niet onbegrijpelijk heeft vastgesteld dat auto (met de zich daarin bevindende spullen) in beslag is genomen onder ander dan klager, heeft Rb klaagschrift terecht n-o verklaard. Het voorgaande brengt mee dat klager niet kan worden ontvangen in beroep, nu beslag op auto door teruggave inmiddels is beëindigd (art. 134.2.a Sv). Volgt n-o verklaring van beroep. Samenhang met 19/03454 B.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 juni 2020
ECLI:NL:PHR:2020:868Hoge Raad · 29 september 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1512
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/03452 B
Datum 29 september 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 18 juli 2019, nummer RK 19/4626, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank de klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beklag.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2020.