Strafrecht overig
Medeplegen invoer cocaine, art. 2.A Opiumwet. Strafmotivering (gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12…
ECLI:NL:HR:2020:35 · Hoge Raad · 14 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-35
Zaakgegevens
Op 14 januari 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 januari 2020
- Datum publicatie
- 13 januari 2020
- Zaaknummer
- 18/04043
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:35
Samenvatting
Medeplegen invoer cocaine, art. 2.A Opiumwet. Strafmotivering (gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk), art. 359.6 Sv. Voldaan aan art. 359.6 Sv door d.m.v. bevestiging vonnis Rb met wijziging van strafmotivering te overwegen dat en waarom niet kan worden volstaan met lagere straf dan door Rb is opgelegd? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: ’s Hofs overwegingen bevatten in strijd met art. 359.6 Sv niet opgave van redenen die i.h.b. hebben geleid tot keuze van straf die vrijheidsontneming meebrengt. Dit vereiste leidt ex art. 359.8 Sv tot nietigheid. Omstandigheid dat Hof vonnis Rb - waarin wel dergelijke opgave van redenen is gegeven - heeft bevestigd, maakt dit niet anders. Hof heeft immers zijn strafmotivering in de plaats gesteld van strafmotivering van Rb. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 22 augustus 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:3051Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 november 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1399Hoge Raad · 14 januari 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:35
(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/04043
Datum 14 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 augustus 2018, nummer 23/002841-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 359, zesde lid, Sv geen opgave van de redenen heeft gegeven die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 8 is het middel terecht voorgesteld.
3 Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2020.