Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen opzetheling, art. 416.1 Sr. Aanhoudingsverzoek niet…
ECLI:NL:HR:2020:506 · Hoge Raad · 24 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-506
Zaakgegevens
Op 24 maart 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 maart 2020
- Datum publicatie
- 23 maart 2020
- Zaaknummer
- 18/04983
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:506
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen opzetheling, art. 416.1 Sr. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsman ttz. op de grond dat het in belang van verdachte is dat hij gebruik kan maken van zijn aanwezigheidsrecht en dat raadsman niet is gebleken dat verdachte op de hoogte is van tz. en ook niet dat dagvaarding juist is betekend, door hof afgewezen o.g.v. overweging dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wenst te maken, nu niet duidelijk is waarom verdachte niet aanwezig is en raadsman niet beschikt over actuele contactgegevens van verdachte. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Dagvaarding in h.b. is niet in persoon betekend, terwijl evenmin o.b.v. andere omstandigheid is vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk weet had van tz. in h.b. Hof heeft aanhoudingsverzoek afgewezen op enkele grond dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wenste te maken. Dat oordeel is, gelet op beoordelingskaders voor aanhoudingsverzoeken (ECLI:NL:HR:2018:1934 en ECLI:NL:HR:2019:1142), niet begrijpelijk. Hof had bij beoordeling van aanhoudingsverzoek afweging moeten maken tussen alle bij aanhouding van onderzoek ttz. betrokken belangen. Dat heeft hof echter niet gedaan. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 februari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:76Hoge Raad · 24 maart 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:506
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/04983
Datum 24 maart 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 november 2018, nummer 20/002745-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.C. Saris, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2020.