Strafrecht overig

Omkopingsaffaire bij BV, waarbij door toedoen van medeverdachten bij BV netwerk van personen ontstaat die…

Zaakgegevens

Op 21 april 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 april 2020
Datum publicatie
1 april 2020
Zaaknummer
18/04974
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:581
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Omkopingsaffaire bij BV, waarbij door toedoen van medeverdachten bij BV netwerk van personen ontstaat die ‘kickbacks’ betalen voor hun aanstelling en deze ook ontvangen als ze andere personen aandragen. Opmaken van valse facturen m.b.t. ontvangen van ‘fees’ (art. 225.1 Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), begaan door rechtspersoon. 1. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Motivering valselijk opmaken van facturen. 2. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Motivering oogmerk om facturen als echt en onvervalst te gebruiken. 3. Bewijsklachten deelneming criminele organisatie. 4. Strafmotivering. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/03558, 18/04339, 18/04341, 18/04342 P, 18/04344, 18/04345 P, 18/04967, 18/04968, 18/04971 P en 18/04972.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 20 mei 2016

    ECLI:NL:RBMNE:2016:4204
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 juni 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:5350

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 21 januari 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:402
  4. Hoge Raad · 21 april 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:581

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04974

Datum 21 april 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juni 2018, nummer 21/003107-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.