Strafrecht overig

Nasleep vastgoedfraude Klimop. Feitelijke leiding geven aan van valsheid in geschrift begaan door een…

Zaakgegevens

Op 21 januari 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 januari 2020
Datum publicatie
17 januari 2020
Zaaknummer
18/00585
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:76
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Nasleep vastgoedfraude Klimop. Feitelijke leiding geven aan van valsheid in geschrift begaan door een rechtspersoon (meermalen gepleegd) (art. 225.1 Sr) en feitelijke leiding geven aan witwassen begaan door een rechtspersoon (art. 420bis.1.b Sr). Middel dat klaagt dat de bewezenverklaarde valsheid niet uit de bewijsvoering kan worden opgemaakt, behoeft gelet op de gronden die zijn vermeld in het arrest in de zaak ECLI:NL:HR:2020:75 geen nadere motivering. Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 november 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:952
  2. Hoge Raad · 21 januari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:76

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00585

Datum 21 januari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 10 januari 2018, nummer 21/004059-14, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering van de hoogte daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste tot en met het achtste middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en wat betreft het tweede middel gelet op de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 18/00453 (ECLI:NL:HR:2020:75) - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het negende middel

3.1

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van tien maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze negen maanden en twee weken beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2020.