Strafrecht overig
Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen diefstal (d.m.v. valse sleutel), meermalen gepleegd (art…
ECLI:NL:HR:2020:765 · Hoge Raad · 21 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-765
Zaakgegevens
Op 21 april 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 april 2020
- Datum publicatie
- 20 april 2020
- Zaaknummer
- 18/05153
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:765
Samenvatting
Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen diefstal (d.m.v. valse sleutel), meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr) door in woning van slachtoffer geweld op slachtoffer toe te passen en zijn pinpas mee te nemen en daarmee geldbedragen op te nemen. 1. Heeft hof in strijd met art. 301.4 Sv ten bezware van verdachte acht geslagen op beeldmateriaal (uitzending van Opsporing Verzocht) dat geen deel uitmaakt van dossier en waarvan ttz. geen mededeling is gedaan? 2. Hof heeft na afronding van onderzoek ttz. niet binnen 14 dagen uitspraak gedaan maar in plaats daarvan onderzoek voor ruim 3 weken onderbroken zonder dat daarvoor wettelijke grondslag bestaat. 3. Bewijsklachten medeplegen doodslag. Kunnen medeplegen en opzet op dood uit bewijsvoering worden afgeleid? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/04865.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 2 november 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:2919Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 maart 2020
ECLI:NL:PHR:2020:282Hoge Raad · 21 april 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:765
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05153
Datum 21 april 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 november 2018, nummer 22-003078-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1976,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.A. Postma, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van dertien jaren en zes maanden.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze dertien jaren en vier maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.