Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op sportauto onder ander dan klager t.z.v. verdenking van overtreding van art. 5…
ECLI:NL:HR:2021:1137 · Hoge Raad · 13 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1137
Zaakgegevens
Op 13 juli 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 juli 2021
- Datum publicatie
- 12 juli 2021
- Zaaknummer
- 20/02728
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1137
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op sportauto onder ander dan klager t.z.v. verdenking van overtreding van art. 5 WVW 1994. Misverstand over ander tijdstip behandeling klaagschrift, art. 23.2 Sv. Schending van beginselen van behoorlijke procesorde, nu behandeling in raadkamer van klaagschrift buiten aanwezigheid van klager en zijn raadsvrouw heeft plaatsgevonden? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Beschikking bevat geen nadere overweging over consequenties van gerezen misverstand over tijdstip van zitting. O.g.v. stukken moet worden aangenomen dat aan raadsvrouw is toegezegd dat behandeling van klaagschrift in raadkamer op later tijdstip zou plaatsvinden. Dit brengt mee dat klager en raadsvrouw ervan uit mochten gaan dat zaak op eerder afgesproken tijdstip niet zou worden behandeld. Door deze wijze van handelen heeft Rb aan klager en zijn raadsvrouw de gelegenheid ontnomen zich uit te laten over klaagschrift. Rb heeft daarmee gehandeld in strijd met beginselen van behoorlijke procesorde, i.h.b. beginsel van hoor en wederhoor.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:516Hoge Raad · 13 juli 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1137
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02728 B
Datum 13 juli 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 20 augustus 2020, nummer RK 20/1007, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Rotterdam.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de behandeling in raadkamer van het namens de klager ingediende klaagschrift ten onrechte buiten de aanwezigheid van de klager en zijn raadsvrouw heeft plaatsgevonden.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2021.