Strafrecht overig
Beklag, beslag op auto met gestolen onderdelen onder belanghebbende t.z.v. verdenking van diefstal dan wel…
ECLI:NL:HR:2021:1247 · Hoge Raad · 14 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1247
Zaakgegevens
Op 14 september 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 september 2021
- Datum publicatie
- 13 september 2021
- Zaaknummer
- 15/03277
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1247
Samenvatting
Beklag, beslag op auto met gestolen onderdelen onder belanghebbende t.z.v. verdenking van diefstal dan wel heling. Afzonderlijke rechterlijke beschikking tot onttrekking aan het verkeer van auto, art. 552f.2 Sv en art. 36b.1.4 Sr. Heeft Rb ten onrechte geen geldelijke tegemoetkoming toegekend bij onttrekking aan het verkeer van personenauto? P-v van onderzoek in raadkamer ontbreekt, art. 25.1 Sv. Voor beoordeling van middel is het van belang dat HR kan kennisnemen van wat er tijdens onderzoek in raadkamer aan de orde is geweest. Bij stukken van dossier bevindt zich echter niet p-v van onderzoek in raadkamer. Uit door HR ingewonnen inlichtingen bij Rb blijkt dat daar geen documenten meer beschikbaar zijn in deze zaak. Nu er geen p-v van dat onderzoek beschikbaar is, kan niet worden beoordeeld of middel terecht is voorgesteld.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 15/03278 B.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:562Hoge Raad · 14 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1247
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 15/03277 B
Datum 14 september 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 7 juli 2015, nummer RK 15/2063, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak
van
[belanghebbende],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de belanghebbende.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Den Haag opdat de zaak op de vordering tot onttrekking aan het verkeer opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank geen geldelijke tegemoetkoming heeft toegekend bij de onttrekking aan het verkeer van een personenauto.
Voor de beoordeling van het cassatiemiddel is het van belang dat de Hoge Raad kan kennisnemen van wat er tijdens het onderzoek in raadkamer aan de orde is geweest. Bij de stukken van het dossier bevindt zich echter niet het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer. Uit door de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank blijkt dat daar geen documenten meer beschikbaar zijn in deze zaak.
Nu er geen proces-verbaal van dat onderzoek beschikbaar is, kan niet worden beoordeeld of het cassatiemiddel terecht is voorgesteld. De beschikking van de rechtbank kan daarom niet in stand blijven.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2021.