Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto met gestolen onderdelen onder klager t.z.v. verdenking van diefstal dan…
ECLI:NL:HR:2021:1248 · Hoge Raad · 14 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1248
Zaakgegevens
Op 14 september 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 september 2021
- Datum publicatie
- 13 september 2021
- Zaaknummer
- 15/03278
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1248
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto met gestolen onderdelen onder klager t.z.v. verdenking van diefstal dan wel heling. Is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat later oordelende rechter de auto van klager zal onttrekken aan het verkeer? P-v van onderzoek in raadkamer ontbreekt, art. 25.1 Sv. Voor beoordeling van middel is het van belang dat HR kan kennisnemen van wat er tijdens onderzoek in raadkamer aan de orde is geweest. Bij stukken van dossier bevindt zich echter niet p-v van onderzoek in raadkamer. Uit door HR ingewonnen inlichtingen bij Rb blijkt dat daar geen documenten meer beschikbaar zijn in deze zaak. Nu er geen p-v van dat onderzoek beschikbaar is, waardoor niet kan worden beoordeeld of middel terecht is voorgesteld.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 15/03277 B.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:563Hoge Raad · 14 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1248
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 15/03278 B
Datum 14 september 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 7 juli 2015, nummer RK 15/1274, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Den Haag opdat het klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de ongegrondverklaring van het beklag omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een later oordelend rechter de auto van de klager zal onttrekken aan het verkeer.
Voor de beoordeling van het cassatiemiddel is het van belang dat de Hoge Raad kan kennisnemen van wat er tijdens het onderzoek in raadkamer aan de orde is geweest. Bij de stukken van het dossier bevindt zich echter niet het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer. Uit door de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank blijkt dat geen proces-verbaal beschikbaar is in deze zaak.
Nu er geen proces-verbaal van dat onderzoek beschikbaar is, kan niet worden beoordeeld of het cassatiemiddel terecht is voorgesteld. De beschikking van de rechtbank kan daarom niet in stand blijven.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2021.