Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder ander. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 450.1.b Sv. Kan brief…

Zaakgegevens

Op 2 november 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 november 2021
Datum publicatie
22 oktober 2021
Zaaknummer
20/01668
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1591
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder ander. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 450.1.b Sv. Kan brief van vertegenwoordiger van klager worden opgevat als bijzondere schriftelijke volmacht om namens klager beroep in cassatie in te stellen? HR: Om de redenen vermeld in CAG is het ingestelde cassatieberoep niet-ontvankelijk. CAG: Gemachtigde vertegenwoordiger in de zin van art. 450.1.b Sv kan niet d.m.v. schriftelijke volmacht een rechtsmiddel aanwenden maar dient daartoe in persoon ter griffie te verschijnen en aldaar de volmacht van degene die rechtsmiddel aanwendt over te leggen. Cassatieberoep is niet op rechtsgeldige wijze ingesteld. Klager n-o.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 september 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:573
  2. Hoge Raad · 2 november 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1591

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01668 B

Datum 2 november 2021

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 8 januari 2020, nummer RK 19/009964, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft D.P. Kant, advocaat te Almelo, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 november 2021.