Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Is schatting van het d.m.v. of uit baten van het in strafzaak…
ECLI:NL:HR:2021:1752 · Hoge Raad · 30 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1752
Zaakgegevens
Op 30 november 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 november 2021
- Datum publicatie
- 25 november 2021
- Zaaknummer
- 20/02947
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1752
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Is schatting van het d.m.v. of uit baten van het in strafzaak bewezenverklaarde gewoontewitwassen w.v.v. toereikend gemotiveerd? Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het d.m.v. of uit baten van bewezenverklaard gewoontewitwassen verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 1.281.126,27. Dit oordeel is kennelijk gebaseerd op de opvatting dat contante uitgaven tot bedrag van € 1.281.126,27, nu zij voorwerp waren van bewezenverklaard gewoontewitwassen, alleen al daarom w.v.v. vormen. Die opvatting is niet juist (vgl. HR:2021:1077). Zonder nadere motivering is daarom niet begrijpelijk dat betrokkene daadwerkelijk tot bedrag van € 1.281.126,27 wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit bewezenverklaard gewoontewitwassen.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 31 juli 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:4364Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 september 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:7422(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 september 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:7423(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2021:966Hoge Raad · 30 november 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1752
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02947 P
Datum 30 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 september 2020, nummer 21-004368-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de schatting van het door middel van of uit de baten van het in de strafzaak bewezenverklaarde gewoontewitwassen wederrechtelijk verkregen voordeel ontoereikend is gemotiveerd.
Het hof heeft het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 1.281.126,27 en heeft daartoe het volgende overwogen:
“De betrokkene is bij arrest van dit hof van 17 september 2020 (parketnummer (21-004212-17) ter zake van het plegen van witwassen een gewoonte maken, veroordeeld tot straf.
Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat betrokkene uit het bewezenverklaarde financieel voordeel heeft genoten.
(...)
Het hof heeft bewezen verklaard dat de betrokkene een bedrag van € 1.281.126,27 in de periode van 8 juli 2014 tot en met 14 maart 2015 heeft witgewassen (geld waarvoor geen legale bron kan worden aangewezen). Dit bedrag staat in deze procedure daarom niet ter discussie.
(...)
Conclusie
Het hof stelt vast dat de betrokkene tot een bedrag van € 1.281.126,27 uitgaven heeft gedaan waarvan de bron van herkomst onbekend is gebleven en waarvan dus wordt aangenomen dat deze bron illegaal is. Deze uitgaven worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene heeft tot voornoemd bedrag voordeel genoten. Het hof schat het wederrechtelijk verkregen voordeel derhalve op € 1.281.126,27.”
In de strafzaak die met deze ontnemingsprocedure verband houdt, is bewezenverklaard dat de betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het maken van een gewoonte van het verwerven, voorhanden hebben, omzetten en gebruikmaken van een geldbedrag van in totaal € 1.281.126,27, waarvan hij wist dat dit van enig misdrijf afkomstig was. Dat feit is gekwalificeerd als gewoontewitwassen.
In de onder 2.2.1 weergegeven overwegingen heeft het hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde gewoontewitwassen verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 1.281.126,27. Dit oordeel is kennelijk gebaseerd op de opvatting dat de contante uitgaven tot een bedrag van € 1.281.126,27, nu zij voorwerp waren van het bewezenverklaarde gewoontewitwassen, alleen al daarom wederrechtelijk verkregen voordeel vormen. Die opvatting is niet juist (vgl. HR 6 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1077). Zonder nadere motivering is daarom niet begrijpelijk dat de betrokkene daadwerkelijk tot een bedrag van € 1.281.126,27 wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit het bewezenverklaarde gewoontewitwassen.
Het cassatiemiddel slaagt.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2021.