Strafrecht overig
Bedreiging, art. 285.1 Sr. Zaak ten onrechte behandeld in hoger beroep, omdat h.b. voorafgaand aan tz. was…
ECLI:NL:HR:2022:1618 · Hoge Raad · 15 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2022-1618
Zaakgegevens
Op 15 november 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 november 2022
- Datum publicatie
- 10 november 2022
- Zaaknummer
- 20/03799
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1618
Samenvatting
Bedreiging, art. 285.1 Sr. Zaak ten onrechte behandeld in hoger beroep, omdat h.b. voorafgaand aan tz. was ingetrokken? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Gelet op in cassatie door raadsman overlegd faxbericht en verzendbevestiging daarvan is namens verdachte tijdig en op juiste wijze aangegeven dat hij h.b. wilde laten intrekken. Het niet registreren of afdrukken van faxbericht of het in ongerede raken daarvan, het vervolgens niet afleggen van verklaring dat h.b. wordt ingetrokken door daartoe gemachtigde griffiemedewerker en het ontbreken van akte van intrekking die had moeten worden opgemaakt, mogen niet voor rekening komen van raadsman en verdachte.
HR doet zaak zelf af en verstaat dat h.b. tijdig is ingetrokken.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 november 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:9138Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 augustus 2022
ECLI:NL:PHR:2022:713Hoge Raad · 15 november 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1618
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03799
Datum 15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 november 2020, nummer 21-004300-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot het verstaan dat het tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, ingestelde hoger beroep is ingetrokken.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de zaak op de terechtzitting in hoger beroep van 23 oktober 2020 ten onrechte heeft behandeld, omdat het – alleen door de verdachte ingestelde - hoger beroep voorafgaand aan de terechtzitting was ingetrokken.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4, 5, 6, 10, 15 en 16. De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen en verstaan dat het hoger beroep tijdig is ingetrokken.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verstaat dat het tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 29 juli 2019 ingestelde hoger beroep tijdig is ingetrokken.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2022.