Strafrecht overig
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94a Sv op auto onder klaagster t.z.v. verdenking hennepteelt en diefstal…
ECLI:NL:HR:2022:694 · Hoge Raad · 17 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2022-694
Zaakgegevens
Op 17 mei 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 mei 2022
- Datum publicatie
- 13 mei 2022
- Zaaknummer
- 21/04068
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:694
Samenvatting
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94a Sv op auto onder klaagster t.z.v. verdenking hennepteelt en diefstal elektriciteit. Was de (tweede) inbeslagneming van de auto onrechtmatig?
HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel.
CAG: De opvatting dat een op de voet van art. 94a Sv gelegd beslag niet voor een tweede keer op hetzelfde voorwerp kan worden gelegd, vindt in het algemeen geen steun in het recht. Het recht vereist evenmin dat RC bij tijdsverloop een gegeven machtiging tussentijds toetst, alvorens OvJ tot het leggen van beslag mag overgaan.
Het beslag o.g.v. art. 94a Sv strekt tot bewaring van het recht tot verhaal van een op te leggen geldboete van de vijfde categorie of tot verhaal van een op te leggen betalingsverplichting ter ontneming van w.v.v.. De gegeven machtiging strekte in dit geval tot het veiligstellen van vermogen van klaagster tot € 1.121.989,44. De aard van het conservatoire beslag brengt mee dat tot dat bedrag op verschillende vermogensvoorwerpen van klaagster beslag kon worden gelegd. Zodra auto vrij was van het eerste beslag en door de aankoop weer toebehoorde aan klaagster, kon hierop dus wederom conservatoir beslag worden gelegd o.g.v. dezelfde machtiging. Kennelijk oordeel Rb dat de tweede beslaglegging onrechtmatig was, is dus onjuist.
Rb is daardoor klaarblijkelijk ook niet toegekomen aan de toetsing van de maatstaf of niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter, later oordelend, een geldboete of een ontnemingsmaatregel aan klaagster zal opleggen. Onduidelijk blijft ook wat Rb heeft bedoeld met haar overweging dat het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave van auto verzet, nu dit enkel bij beslag ex art. 94 Sv aan de orde is.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2022:266Hoge Raad · 17 mei 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:694
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04068 B
Datum 17 mei 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 6 juli 2021, nummer RK 21/1143, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel komt op tegen de gegrondverklaring van het beklag tegen het op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering onder de klaagster gelegde beslag op een auto. Het klaagt over het oordeel van de rechtbank dat de tweede inbeslagneming van die auto onrechtmatig was.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.5 tot en met 4.7.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2022.