Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. opzetheling, art. 416 Sr. Betekening oproeping nadere tz. in hoger…

Zaakgegevens

Op 1 februari 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 februari 2022
Datum publicatie
27 januari 2022
Zaaknummer
20/03088
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:87
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. opzetheling, art. 416 Sr. Betekening oproeping nadere tz. in hoger beroep, art. 36e.1.b.1 jo. 36e.2.b Sv. Is oproeping uitgereikt aan medewerker OM en is afschrift oproeping verzonden naar BRP-adres verdachte (briefadres)? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Op akte van uitreiking is niet aangekruist dat oproeping nadere tz. in h.b. is uitgereikt aan medewerker OM en is evenmin ingevuld dat en wanneer afschrift oproeping is verzonden naar BRP-adres verdachte. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat uitreiking aan medewerker OM a.b.i. art. 36e.2.b Sv niet heeft plaatsgevonden en dat hof ten onrechte heeft geoordeeld dat oproeping nadere tz. in h.b. rechtsgeldig is betekend.

HR verklaart betekening oproeping nadere tz. in h.b. nietig.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:1835
  2. Conclusie A-G · 7 december 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1138
  3. Hoge Raad · 1 februari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:87

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03088

Datum 1 februari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 september 2020, nummer 22-000223-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. Arkesteijn, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de betekening van de oproeping van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting van het hof van 17 september 2020.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het hof dat een rechtsgeldige betekening van de oproeping in hoger beroep voor de zitting van 17 september 2020 heeft plaatsgevonden.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4, 6, 7 en 13.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- verklaart de betekening van de oproeping van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting van het hof van 17 september 2020 nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2022.