Strafrecht overig

Feitelijke aanranding van eerbaarheid (meermalen gepleegd) met 16-jarige jongen in zwembad door 26-jarige…

Zaakgegevens

Op 11 juli 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 juli 2023
Datum publicatie
5 juli 2023
Zaaknummer
21/03142
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1040
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Feitelijke aanranding van eerbaarheid (meermalen gepleegd) met 16-jarige jongen in zwembad door 26-jarige verdachte, art. 246 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van getuigenverklaring, art. 359.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Mede gelet op bewijsoverwegingen heeft hof op uos gerespondeerd. ’s Hofs verwerping van dat standpunt is niet onbegrijpelijk en ook overeenkomstig art. 359.2 Sv toereikend gemotiveerd. Hof heeft expliciet overwogen dat het van oordeel is dat getuige heeft verklaard over wat hij zelf heeft waargenomen en dat van enige vorm van beïnvloeding van deze verklaring door vader van aangever niet is gebleken. Voorts heeft hof overwogen dat verklaring van getuige niet één op één overeenkomt met verklaring van aangever. Daarmee heeft hof tot uitdrukking gebracht dat verklaring authentiek, betrouwbaar en geloofwaardig is. Dat getuige niet op eerder moment, namelijk tijdens ‘informatief gesprek zeden’, heeft verklaard over ontuchtige bejegening van verdachte richting aangever, dicht hof niet onbegrijpelijk toe aan feit dat het tijdens dat gesprek ging over wat er met getuige zelf was voorgevallen. Tot nadere motivering van zijn beslissing was hof niet gehouden.

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 juli 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:2449
  2. Conclusie A-G · 20 juni 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:606
  3. Hoge Raad · 11 juli 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1040

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03142

Datum 11 juli 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juli 2021, nummer 20-003799-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de voor het bewijs gebruikte verklaring van de getuige [benadeelde ] betrouwbaar en geloofwaardig is.

3.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4, 5, 14 en 16 tot en met 19.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2023.