Strafrecht overig

Oplichting (art. 326.1 Sr), poging tot oplichting in eendaadse samenloop met valsheid in geschrift, meermalen…

Zaakgegevens

Op 17 oktober 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 oktober 2023
Datum publicatie
25 september 2023
Zaaknummer
22/00613
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1316
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Oplichting (art. 326.1 Sr), poging tot oplichting in eendaadse samenloop met valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr) en witwassen (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). 1. Samenstelling hof. Is arrest gewezen door andere raadsheer als voorzitter dan raadsheer die onderzoek ttz. in hoger beroep heeft voorgezeten? 2. Afwijzing getuigenverzoek.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 16 februari 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:203
  2. Conclusie A-G · 5 september 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:714
  3. Hoge Raad · 17 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1316

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00613

Datum 17 oktober 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 februari 2022, nummer 22-004533-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2023.