Strafrecht overig
Diamantroof op Schiphol in 2005. Medeplegen diefstal met geweld en medeplegen poging tot diefstal met geweld…
ECLI:NL:HR:2023:1443 · Hoge Raad · 17 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-1443
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2023
- Datum publicatie
- 12 oktober 2023
- Zaaknummer
- 21/05218
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1443
Samenvatting
Diamantroof op Schiphol in 2005. Medeplegen diefstal met geweld en medeplegen poging tot diefstal met geweld, art. 312.2 (jo. 45) Sr. Overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BD2578 inhoudende dat beroep op overschrijding redelijke termijn niet voor het eerst in cassatie kan worden gedaan. Volgens p-v van tz. in hoger beroep van 03-01-2021, 05-11-2021 en 12-11-2021 is de zaak behandeld in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsman en is namens verdachte geen verweer gevoerd over overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in h.b.
Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 21/05226, 21/05232, 21/05272 en 21/05339.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 28 januari 2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:584Gerechtshof Amsterdam · 17 december 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:3956Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 juni 2023
ECLI:NL:PHR:2023:558Hoge Raad · 17 oktober 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1443
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/05218
Datum 17 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 december 2021, nummer 23-000439-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof over de duur van de overschrijding van de redelijke termijn.
In het geval dat de zaak in laatste feitelijke aanleg is behandeld in tegenwoordigheid van de verdachte en/of zijn raadsman en op de terechtzitting niet een verweer is gevoerd over de overschrijding van de redelijke termijn, moet worden aangenomen dat de verdachte niet langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging heeft geleefd. Een klacht in cassatie over de overschrijding van de redelijke termijn als gevolg van het tijdsverloop voorafgaand aan de bestreden uitspraak, kan in zo’n geval niet slagen. (Vgl. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, rechtsoverweging 3.9.)
Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 en 5 november 2021 en het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2021 is de zaak behandeld in aanwezigheid van de verdachte en zijn raadsman en is namens de verdachte geen verweer gevoerd over de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep. Gelet op wat onder 2.2 is overwogen, stuit het cassatiemiddel daarop af.
3 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2023.