Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. belaging van ex-partner met wie verdachte 17 jaar een relatie had, art…

Zaakgegevens

Op 28 november 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 november 2023
Datum publicatie
24 november 2023
Zaaknummer
22/00467
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1656
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. belaging van ex-partner met wie verdachte 17 jaar een relatie had, art. 285b.1 Sr. Beroep op verjaring in cassatiefase i.g.v. toepassing van art. 416.2 Sv. Nu schriftuur geen klachten bevat over niet-ontvankelijkverklaring door hof van het door verdachte ingestelde hoger beroep en HR ook geen grond aanwezig oordeelt waarop dat oordeel ambtshalve zou moeten worden vernietigd, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat hof de verdachte terecht n-o in h.b. heeft verklaard. Dit betekent dat vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden. Klacht dat na wijzen van ‘s hofs arrest het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen, kan daarom niet leiden tot vernietiging van ‘s hofs uitspraak (vgl. t.a.v. overschrijding van redelijke termijn HR:2022:64).

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:785
  2. Hoge Raad · 28 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1656

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00467

Datum 28 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 februari 2014, nummer 23-001083-13, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.M. Kuyp en J.L. Baar, beiden advocaat te Laren NH, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel voert aan dat het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen.

2.2

Nu de schriftuur geen klachten bevat over de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep en de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop dat oordeel ambtshalve zou moeten worden vernietigd, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk in het hoger beroep heeft verklaard. Dit betekent dat het vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden. De klacht dat na het wijzen van het arrest van het hof het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen, kan daarom niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof, zodat het cassatiemiddel tevergeefs is voorgesteld (vgl. ten aanzien van een klacht over overschrijding van de redelijke termijn HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:64).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2023.