Strafrecht overig
Medeplegen diefstal van schapen uit weide (art. 311.1 Sr) en medeplegen witwassen van schapen (art…
ECLI:NL:HR:2023:465 · Hoge Raad · 4 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-465
Zaakgegevens
Op 4 april 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2023
- Datum publicatie
- 24 maart 2023
- Zaaknummer
- 20/04380
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:465
Samenvatting
Medeplegen diefstal van schapen uit weide (art. 311.1 Sr) en medeplegen witwassen van schapen (art. 420bis.1.a Sr). 1. Gebruik van resultaten verwantschapsonderzoek voor het bewijs. 2. Verwerping verweren m.b.t. verwantschapsonderzoek. 3. Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot voegen van stukken in dossier. 4. Bewijsklacht m.b.t. verbergen of verhullen. 5. Bewijsklacht medeplegen. 6. Vorderingen benadeelde partijen, art. 361.3 Sv. Leveren vorderingen onevenredige belasting van strafgeding op?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/04378 en 21/00345.
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 27 februari 2015
ECLI:NL:RBGEL:2015:1292Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 december 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:10367(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 februari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:185Hoge Raad · 4 april 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:465
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/04380
Datum 4 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 december 2020, nummer 21-001384-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, en M. Kuipers, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partijen [aangever 3], [betrokkene 6], [aangever 1], [aangever 8], Mts. [B], en Mts. [C] B.V. heeft M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij gelijkluidende schrifturen een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur van de benadeelde partij [aangever 3] is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijftien maanden.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze veertien maanden en één week beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2023.