Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit vervoeren cocaïne. Zaak Melogale. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o…

Zaakgegevens

Op 18 april 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 april 2023
Datum publicatie
17 april 2023
Zaaknummer
21/02675
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:618
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit vervoeren cocaïne. Zaak Melogale. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 21/02661 P, 21/02662, 21/02673, 21/02686, 21/02767 P, 21/02768, 21/02784, 21/02787, 21/02851, 21/02885, 21/02886 P en 21/02907 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 maart 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:431
  2. Hoge Raad · 18 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:618

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02675 P

Datum 18 april 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 25 juni 2021, nummer 23-003863-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.