Strafrecht overig

Medeplegen aanwezig hebben van amfetamine, art. 2.C Opiumwet. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.b…

Zaakgegevens

Op 27 augustus 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 augustus 2024
Datum publicatie
22 augustus 2024
Zaaknummer
22/01481
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1093
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen aanwezig hebben van amfetamine, art. 2.C Opiumwet. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.b en 432.3 Sv. Brengt aanwezigheid van gemachtigde raadsman op eerdere tz. in hoger beroep, die voor bepaalde tijd is geschorst, mee dat voor instellen van cassatieberoep een termijn van 14 dagen geldt, als op nadere tz. in h.b. alleen niet gemachtigde raadsman verschijnt? HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep niet in behandeling nemen. CAG: Nu gemachtigde raadsman is verschenen op tz. van 18-6-2013, onderzoek op die tz. is geschorst voor bepaalde tijd tot 13-9-2013 en noch verdachte, noch gemachtigde raadsman is verschenen op die tz. van 13-9-2013, was in dit geval een termijn voor instellen van beroep in cassatie van toepassing van 14 dagen na einduitspraak hof van 27-9-2013, terwijl cassatieberoep is ingesteld op 21-4-2022. Cassatieberoep is dus te laat ingesteld, waardoor verdachte niet kan worden ontvangen in zijn cassatieberoep.

Verdachte n-o.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 25 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:684
  2. Hoge Raad · 27 augustus 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1093

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01481

Datum 27 augustus 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 september 2013, nummer 20-004385-12, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 augustus 2024.