Strafrecht overig
Mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr). Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger…
ECLI:NL:HR:2024:1109 · Hoge Raad · 3 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-1109
Zaakgegevens
Op 3 september 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 september 2024
- Datum publicatie
- 30 augustus 2024
- Zaaknummer
- 22/02050
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1109
Samenvatting
Mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr). Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Ook volgt uit het in dat p-v weergegeven verloop van zitting (waarbij verdachte zittingszaal had verlaten nadat voorzitter hem had aangemaand stil te zijn of buiten zittingszaal te wachten) niet zonder meer dat verdachte geen gebruik meer wilde maken van zijn recht om het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juli 2024
ECLI:NL:PHR:2024:726Hoge Raad · 3 september 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1109
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02050
Datum 3 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 juni 2022, nummer 22-002552-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, advocaat in Rotterdam, en P. van Dongen, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Den Haag, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer in:
“De advocaat-generaal vordert vernietiging van het vonnis waarvan beroep en legt de vordering aan het gerechtshof over.
De voorzitter maant de verdachte aan stil te zijn of buiten de zittingszaal te wachten.
De verdachte verlaat hierop de zittingszaal.
De raadsvrouw voert het woord tot verdediging:
(...)
De advocaat-generaal voert het woord tot repliek:
(...)
De raadsvrouw voert het woord tot dupliek:
(...)
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat uitspraak zal worden gedaan ter openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 juni 2022 te 09.00 uur.”
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Ook volgt uit het in dat proces-verbaal weergegeven verloop van de zitting – waarbij de verdachte de zittingszaal had verlaten nadat de voorzitter hem had aangemaand stil te zijn of buiten de zittingszaal te wachten – niet zonder meer dat de verdachte geen gebruik meer wilde maken van zijn recht om het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen.
Het cassatiemiddel slaagt.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2024.