Strafrecht overig

Diefstal (art. 310 Sr) en opzetheling (art. 416.1.a Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 week), art…

Zaakgegevens

Op 17 december 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 december 2024
Datum publicatie
22 november 2024
Zaaknummer
23/04133
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1733
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Diefstal (art. 310 Sr) en opzetheling (art. 416.1.a Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 week), art. 359.6 Sv. Heeft hof in het bijzonder redenen opgegeven die hebben geleid tot opleggen van onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: V.zv. middel klaagt dat hof oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet heeft gemotiveerd overeenkomstig art. 359.6 Sv is het terecht voorgesteld.

Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing. Samenhang met 23/04243.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 15 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1043
  2. Hoge Raad · 17 december 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1733

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04133

Datum 17 december 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2023, nummer 21-002525-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. Darrazi, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 1, 6, 7 en 12. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2024.