Strafrecht overig
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. Opiumwetdelicten…
ECLI:NL:HR:2024:1786 · Hoge Raad · 3 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-1786
Zaakgegevens
Op 3 december 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 december 2024
- Datum publicatie
- 2 december 2024
- Zaaknummer
- 22/03005
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1786
Samenvatting
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. Opiumwetdelicten. Ontbrekend p-v van zitting, art. 29.1 UW jo. 326.1 Sv. Inmiddels bevindt zich bij stukken het p-v van behandeling van uitleveringsverzoek van 15-6-2022. Hierdoor is aan klacht de feitelijke grondslag komen te ontvallen, zodat deze niet tot cassatie kan leiden.
Volgt verwerping. Vervolg op ECLI:NL:HR:2024:1343 (tussenarrest).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 juni 2024
ECLI:NL:PHR:2024:685Hoge Raad · 1 oktober 2024
ECLI:NL:HR:2024:1343Hoge Raad · 3 december 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1786
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03005 U
Datum 3 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2022, nummer […], op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de opgeëiste persoon.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en tot oproeping van de opgeëiste persoon voor een nader te bepalen zitting van de Hoge Raad teneinde op het verzoek tot zijn uitlevering te worden gehoord.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 1 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1343, de rechtbank in de gelegenheid gesteld het proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek van 15 juni 2022 in overeenstemming met de wettelijke eisen op te maken.
Na ontvangst van dit proces-verbaal is de raadsman van de opgeëiste persoon in de gelegenheid gesteld om een aanvullende schriftuur in te dienen. De raadsman heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat in strijd met artikel 29 lid 1 van de Uitleveringswet in samenhang met artikel 326 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering geen proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek van 15 juni 2022 is opgemaakt.
Inmiddels bevindt zich bij de stukken het proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek van 15 juni 2022. Hierdoor is aan de klacht de feitelijke grondslag komen te ontvallen, zodat deze niet tot cassatie kan leiden.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2024.