Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto van klaagster onder haar schoonvader t.z.v. verdenking van…

Zaakgegevens

Op 16 januari 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 januari 2024
Datum publicatie
12 januari 2024
Zaaknummer
22/01227
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:30
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto van klaagster onder haar schoonvader t.z.v. verdenking van rijden zonder geldig kentekenbewijs. Bevoegdheid Rb. Is Rb bevoegd tot behandeling klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu tegen vonnis in strafzaak tegen schoonvader, waarbij inbeslaggenomen personenauto is onttrokken aan het verkeer, geen hoger beroep is ingesteld? HR ambtshalve: Uit door AG ingewonnen inlichtingen bij Rb blijkt dat personenauto waarvan klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van Rb in strafzaak tegen schoonvader is onttrokken aan het verkeer. Tegen dit vonnis is geen h.b. ingesteld, zodat dit onherroepelijk is. Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing t.l.v. ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Als dat gerecht, gelet op art. 552b.2 Sv, niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat griffier stukken zendt naar tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR:1993:ZC9284). In dit geval is vonnis met daarin onttrekking aan het verkeer van personenauto pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv.

HR zal met vernietiging van beschikking Rb zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het ex art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 december 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1127
  2. Hoge Raad · 16 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:30

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01227 B

Datum 16 januari 2024

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 18 maart 2022, nummer RK 21/016391, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant.

2 Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank

2.1

Bij een op 27 oktober 2021 ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant ingediend klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is door de klaagster om teruggave verzocht van een op 3 juli 2021 onder [betrokkene] inbeslaggenomen personenauto. Daartoe is door de klaagster onder meer gesteld dat die personenauto haar toebehoort. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 18 maart 2022 ongegrond verklaard.

2.2

Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Oost-Brabant, zoals vermeld in zijn conclusie onder 2.2, blijkt dat de personenauto waarvan de klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van 13 december 2022 in de strafzaak tegen [betrokkene] is onttrokken aan het verkeer. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.

2.3

Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Als dat gerecht – gelet op artikel 552b lid 2 Sv – niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. (Vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284.)

2.4

In dit geval is het vonnis met daarin de onttrekking aan het verkeer van de genoemde personenauto pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet het klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. De Hoge Raad zal met vernietiging van de beschikking van de rechtbank de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het op grond van artikel 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.