Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op bankrekeningen en contant geldbedrag onder klager. Schriftelijke afdoening…
ECLI:NL:HR:2024:70 · Hoge Raad · 23 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-70
Zaakgegevens
Op 23 januari 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 januari 2024
- Datum publicatie
- 22 januari 2024
- Zaaknummer
- 21/04795
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:70
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op bankrekeningen en contant geldbedrag onder klager. Schriftelijke afdoening klaagschrift zonder openbare behandeling klaagschrift i.v.m. COVID-19 (corona), art. 23.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: O.g.v. art. 23.2 Sv moeten OM, verdachte en andere procesdeelnemers door raadkamer worden gehoord, althans hiertoe worden opgeroepen, tenzij anders is voorgeschreven. In art. 552a.7 Sv is bepaald dat klaagschriften tegen beslagen op een openbare raadkamerzitting dienen te worden behandeld. Uit beschikking Rb volgt dat geen openbare raadkamerzitting heeft plaatsgehad. Mede gelet op procesverloop in deze zaak (i.h.b. omstandigheid dat uit dossier niet is gebleken dat raadsvrouw of klager heeft ingestemd met schriftelijke afdoening en dat daarmee evenmin is gebleken dat klager afstand heeft gedaan van recht op mondelinge behandeling) leidt verzuim tot cassatie.
Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (cassatieberoep is pas ingesteld nadat cassatieschriftuur is ingediend).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 november 2023
ECLI:NL:PHR:2023:1078Hoge Raad · 23 januari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:70
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04795 B
Datum 23 januari 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 2 november 2021, nummer RK 21/015993, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft S.M. Ploegmakers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt in de kern dat geen openbare behandeling van het klaagschrift heeft plaatsgevonden.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.3 tot en met 4.6.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2024.