Strafrecht overig
Gewoontewitwassen van geldbedragen (€ 32.636) (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr), mensenhandel, meermalen…
ECLI:NL:HR:2025:10 · Hoge Raad · 7 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-10
Zaakgegevens
Op 7 januari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2025
- Datum publicatie
- 18 december 2024
- Zaaknummer
- 23/02853
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:10
Samenvatting
Gewoontewitwassen van geldbedragen (€ 32.636) (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr), mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1.1, 273f.1.4 en 273f.1.6 Sr) en gewoonte maken van mensensmokkel (art. 197a.2 (oud) jo. 197a.4 (oud) Sr) in wasserij. 1. Bewijsklacht gewoontewitwassen. Vinden onderdelen van bewijsmotivering steun in bewijsmiddelen? 2. Bewijsklacht mensenhandel t.a.v. ontbreken van reële andere keuze dan overnachten in wasserij. 3. Kwalificatieklacht mensenhandel. Kon hof het bewezenverklaarde kwalificeren als mensenhandel “gepleegd door 2 of meer verenigde personen” meermalen gepleegd? 4. Bewijsklacht mensensmokkel t.a.v. gewoonte.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 21 juli 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3719Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 oktober 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1100Hoge Raad · 7 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:10
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02853
Datum 7 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 juli 2023, nummer 23-002734-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.